
http://www.mondial-braemer.de/
Systeme Lauer ontwikkelt en produceert al meer dan 25 jaar elektronische oplossingen
voor analoge en digitale modelbanen. Deze bouwstenen bieden een perfecte aanvulling
op het gamma van heel wat andere fabrikanten, met onder andere geavanceerde pendeltrein-
en keerlusautomaten, een sturing voor schaduwstations en een bloksysteem dat ook op een
digitale modelbaan kan ingezet worden.
| Analoge Rijregelaars | Bloksysteem |
| Handregelaar | Schaduwstations |
| Pendeltreinsturing | Constante Treinverlichting |
| Keerlusautomaat | Accessoires |
| Analoge Rijregelaars | ||
|
Deze rijregelaars zijn geschikt voor gelijkstroombanen en werken door middel van
pulsbreedte-modulatie. Naast de gewone snelheidsregeling staan ook een aantal extra
functies ter beschikking, zoals een rangeerstand en instelbare optrek- en afremvertraging. |
||
| PCC 100-10 - Centrale stroomverzorging | ||
|
Alle rijregelaars ontvangen hun voeding van deze centrale stroomverzorging via een
stekkeraansluiting. Deze kleine maar sterke centrale (80 VA) stelt maximaal 3,5 A
rijstroom en een vaste 14 V / 1,5 A wisselstroom voor accessoires ter beschikking.
Of u nu met Z, N, TT of H0 rijdt, u kunt steeds de optimale minimum en maximum
rijspanning instellen. Afmetingen: BxHxD: 208 x 73 x 122 mm |
|
| PCC 100-11 - Rijregelaar | ||
|
Met deze rijregelaar kunt u de snelheid van uw locomotieven regelen, maar daarnaast
biedt hij nog heel wat andere mogelijkheden. Met de centrale regelknop worden de snelheid
en de rijrichting ingesteld, twee LED's geven de rijrichting aan. Een derde LED geeft
een eventuele kortsluiting aan. De optrek- en afremvertraging kan ingesteld worden, en
met de rangeerschakelaar wordt de snelheid gehalveerd. Dit geeft u een 100% betere
snelheidsregeling. Afmetingen: BxHxD: 105 x 73 x 122 mm |
|
| PCC 100-12 - Rijregelaar met controle-ingangen | ||
|
Naast de functies van de PCC 100-11 beschikt deze rijregelaar nog over enkele controle-
ingangen. Via spoorcontacten of manuele ingangen kunt u de volgende functies extern
aansturen: vertragen, stoppen voor een sein, vertrekken na vrijgave van een sein,
langzaam rijden, automatisch stoppen in een station, enz... Afmetingen: BxHxD: 105 x 73 x 122 mm |
|
| PCC 100-18 - Inbouwregelaar | ||
|
De rijregelaar PCC 100-18 heeft dezelfde functies als de PCC 100-12. Door het verwijderen
van de bedieningselementen kunt u deze volledig in uw controlepaneel integreren.
De regelaar bevestigt u onder het controlepaneel, de bedieningselementen plaatst
u naar eigen wens en sluit u aan via een bandkabel. Alle nodige bedieningselementen
worden bijgeleverd. Afmetingen: BxHxD: 105 x 22 x 120 mm |
|
| Opgelet: van deze regelaar is enkel nog een restvoorraad beschikbaar! | ||
| [ TOP ] | ||
| Handregelaar | ||
| PSL 100 - Rijregelaar met handbediening | ||
|
De kracht van de PSL 100 maakt een eind aan te zwakke rijregelaars voor grote banen
en grote schalen, de elektronica biedt een optimaal rijgedrag. De bediening gebeurt
met een handregelaar. De kleinste rijregelaar met de grootste kracht werd speciaal voor grootspoorbanen ontwikkeld. De PSL 100 is echter ook perfect geschikt voor H0 en kleinere schalen. |
|
|
Omdat u - vooral bij grote schalen - de treinen zou kunnen besturen op de plaats waar
ze zich werkelijk bevinden, werd de PSL 100 voorzien van een losse handregelaar. Zelfs bij deze grote kracht - een dubbeltractie van 2 LGB-"Krokodilen" is zonder meer mogelijk - kunt u verrassend fijngevoelig rijden en rangeren. De optrek- en afremvertraging brengt de realiteit een stuk dichterbij. Eigenschappen:
|
||
| [ TOP ] | ||
| Pendeltreinsturing | ||
| PZS 100 SG: Gelijkstroom / PZS 100 SW: Wisselstroom | ||
|
Met de pendelautomaat kunt u onafhankelijk van de andere treinen op uw baan, één of
meerdere treinen automatisch laten rijden tussen verschillende haltes. Zo kunt u zich
op het rijden concentreren, terwijl de pendeltreinen automatisch gestuurd worden. De automaat beschikt over een stuuruitgang, d.m.v. een relais kunnen twee of drie treinen afwisselend rijden. |
|
|
Met een schakelaar kan gekozen worden uit drie mogelijke treintypes: 1. "S-Bahn": In een kring kunnen een gewenst aantal haltepunten ingericht worden. 2. Pendelverkeer: Tussen 2 haltes wordt automatisch heen en terug gereden. 3. Doorrijden: In deze stand kan de trein manueel bediend worden via de rijregelaar. Eigenschappen:
|
||
| [ TOP ] | ||
| Keerlusautomaat | ||
| KSA 100 - Keerlusautomaat | ||
![]() |
Deze keerlusbesturing maakt gebruik van drie verschillende spoorsecties in de lus, het omschakelen van de rijrichting wordt aangestuurd door het stroomverbruik van de locomotief. Van zodra de trein door de eerste twee secties gereden is, wordt de hoofdstroomkring omgepoold, zodat de trein bij het verlaten van de keerlus in de juiste richting verder rijdt. De rode LED geeft de rijrichting aan. | |
| Als rijspanningsvoeding kan elke conventionele of elektronisch gestuurde rijregelaar gebruikt worden, zoals de PCC 100 regelaars. Ook bruikbaar voor DCC-systemen. | ||
| [ TOP ] | ||
| Bloksysteem | ||
| UBS 10 - Universele blokregelaar voor analoog bedrijf | ||
![]() |
De UBS 10 verzorgt alle nodige functies voor de beveiliging van een blok en bewaakt zowel de rijsectie als de stopsectie. Spoor- of reedcontacten zijn niet nodig; het bloksein wordt direct aangestuurd. | |
|
De vast ingestelde optrek- en afremvertraging van de UBS 10 bedraagt ongeveer 3 seconden.
Bij schaal H0 komt dit met een gemiddelde snelheid overeen met een remweg van zo'n 20 cm.
Om langere optrek- en remwegen te bekomen kan de module UBS 90 eenvoudig op de UBS 10
aangesloten worden. Eigenschappen:
|
||
| UBS 15 - Universele blokregelaar voor analoog en digitaal bedrijf | ||
![]() |
Deze blokregelaar is vergelijkbaar met de UBS 10, maar is hoofdzakelijk ontworpen voor de in de handel verkrijgbare digitale systemen. De UBS 15 bevat geen interne remelektronica, maar werkt met een externe remgenerator. | |
|
De module heeft hiervoor een ingang, waarop de remmodule van het gebruikte digitale systeem
kan aangesloten worden. Zo is ook met deze blokregelaar voorbeeldgetrouw optrekken en afremmen
mogelijk. Eigenschappen:
|
||
| UBS 20 - Viervoudige blokregelaar voor analoog en digitaal bedrijf | ||
![]() |
Door een compacte bouwwijze hebben we een viervoudige blokbesturing gerealiseerd op 120 cm².
Deze bouwsteen wordt vooral ingezet op plaatsen waar vier of meer bloksecties op een eenvoudige
manier opgebouwd moeten worden. De UBS 20 is zo opgebouwd, dat lichtseinen en armseinen met eindafschakeling gebruikt kunnen worden; met een externe spanning kan de voeding voor de seinen apart geregeld worden. |
|
|
Bij lichtseinen met LED's kan bijvoorbeeld een 5 V of 12 V netadapter gebruikt worden. Bovendien beschikt de UBS 20 voor elke bloksectie over een uitgang waarop LED's aangesloten kunnen worden voor het weergeven van de bezetmelding in de bloksecties. Bij deze regelaar wordt enkel de stopsectie afgeschakeld, de rijsectie wordt steeds gevoed met de digitale of analoge spanning van de besturingscentrale. Een digitale remgenerator kan niet aangesloten worden. |
||
| UBS 21 - Drievoudige blokregelaar voor analoog en digitaal bedrijf | ||
![]() |
Met de UBS 21 is het mogelijk om een zeer realistisch treinenverloop uit te bouwen met een
minimale kostprijs. Op deze module kan wel een remgenerator aangesloten worden om bij digitale
systemen de treinen voorbeeldgetrouw te laten optrekken en afremmen. Deze module is speciaal
ontworpen om op die manier drie bloksecties te kunnen beveiligen. Alle verdere eigenschappen zijn zoals de UBS 20, met uitzondering van de aparte seinvoeding. |
|
| UBS 50 - Uitbreidingsbouwsteen voor UBS 10 | ||
![]() |
Met de UBS 50 worden spoorsecties zoals schaduwstations en rangeerdepots in combinatie met de UBS 10 afgezonderd van de bloksturing. Zo kunt u met de UBS 50 uw schaduwstation in een blok naar keuze integreren. | |
| Daarbij wordt er verzekerd dat er steeds slechts één trein in het schaduwstation kan binnenrijden, nadat er eerst een andere buitengereden is. Om een schaduwstation te kunnen opvullen, bestaat ook de mogelijkheid om via een drukknop de treinen manueel te laten binnenrijden. De veelvuldige gebruiksmogelijkheden die door de combinatie van beide systemen ontstaat, zullen u zeker aanspreken. | ||
| UBS 60 - Uitbreidingsbouwsteen voor UBS 15 / 20 / 21 | ||
![]() |
Met de uitbreiding UBS 60 kunnen spoorsecties in combinatie met de UBS 15, UBS 20 of UBS 21
van de bloksturing afgezonderd worden. Deze module is verder functioneel identiek aan de UBS 50. |
|
| UBS 90 - Optrek- en afremregelaar | ||
|
Wanneer de afmetingen van uw modelbaan het toelaten om langere optrek- en afremtijden te gebruiken,
dan kunt u die met de UBS 90 individueel verlengen. De UBS 90 wordt eenvoudig via een stekker met de UBS 10 of de UBS 50 verbonden en kan in een controlepaneel ingebouwd worden. Met een draaiknop kunnen de tijden optimaal ingesteld worden. |
||
| UBS 100 G - Gelijkstroomvoeding voor bloksysteem | ||
![]() |
De berensterke 100 W / 5 A rijspanningsvoeding UBS 100 is zo gedimensioneerd dat u ook voor een
uitgebreide modelbaan met veel bloksecties slechts één voeding nodig hebt. Daarmee vervalt het omslachtige opdelen van de bloksecties voor meerdere voedingen. |
|
|
De UBS 100 levert drie verschillende spanningen: 9 V, 12 V en 16 V. Zo kan in elk blok de
rijsnelheid van de treinen ongeveer constant gehouden worden, door in stijgende bloksecties de
spanning te verhogen en in dalende bloksecties de spanning te verlagen. Voor verlichting en andere accessoires staat daarenboven nog een spanning van 15 V / 1,5 A ter beschikking. De UBS 100 is kortsluitvast, het toestel schakelt zichzelf uit bij een stroomafname van meer dan 5 A in het rijspanningsgedeelte. Belangrijk hierbij is natuurlijk het gebruik van bedrading met grote draaddiameter (1,5 mm² of meer). |
||
| UBS 100 W - Wisselstroomvoeding voor bloksysteem | ||
| Zoals de UBS 100 G, maar met wisselstroomuitgang voor de rijspanning. | ||
| [ TOP ] | ||
| Schaduwstations | ||
| LBS 10 - Basiseenheid voor sturing van schaduwstations | ||
![]() |
Het hart van het LBS-systeem is deze basiseenheid. Volgens het aantal sporen in het schaduwstation
worden de modules LBS 20 en LBS 30 ter uitbreiding aan deze basissturing toegevoegd. Per schaduwstation
is slechts één LBS 10 nodig. Een programmaschakelaar is bijgeleverd, deze past mechanisch op de LBS 90. Afmetingen: BxHxD: 100 x 120 x 22 mm |
|
| LBS 15 - Spanningsbewaker | ||
![]() |
Deze bouwsteen wordt ingezet om de aangesloten baanspanning (analoog of digitaal) te bewaken. De uitbreidingsbouwsteen LBS 15 zorgt bijvoorbeeld voor een storingsvrij gebruik van de LBS schaduwstationsturing met de nieuwe LBS 21. | |
|
De bouwsteen verhindert dat na een kortsluiting of een spanningsonderbreking alle treinen in het
schaduwstation tegelijk vertrekken. Afmetingen: BxHxD: 100 x 50 x 22 mm |
||
| LBS 20 - Uitbreiding voor 3 sporen (analoog) | ||
![]() |
De LBS 20 stuurt de inrijwissels en de rijspanning van 3 sporen. De bezetmeldings- en oproepmodule
LBS 90 kan eenvoudig op de LBS 20 aangesloten worden. Door het toevoegen van meerdere LBS 20 modules wordt het station met telkens 3 sporen uitgebreid. Afmetingen: BxHxD: 100 x 120 x 22 mm |
|
| LBS 21 - Uitbreiding voor 3 sporen (Märklin Digital) | ||
![]() |
De functionaliteit van de LBS 21 is dezelfde als die van de LBS 20, maar dan voor het Märklin Motorola
digitale systeem. Als u de schaduwstationsturing in combinatie met dit systeem wenst te installeren,
gebruik dan de LBS 21 i.p.v. de LBS 20. De LBS 21 kan overigens ook voor niet gedigitaliseerde Märklin-banen gebruikt worden. Afmetingen: BxHxD: 100 x 120 x 22 mm |
|
| LBS 21-2 - Uitbreiding voor 3 sporen (alle digitaalsystemen) | ||
![]() |
De steeds verdere uitbreidingen aan digitale systemen hebben tot een volledige herwerking van de LBS 21
geleid. Deze nieuwe versie is compatibel met alle huidige digitale systemen, en verder uiterlijk identiek
aan de LBS 20. Wie naar een digitaal systeem overschakelt, dient zijn LBS 20 modules te vervangen door deze nieuwe LBS 21-2. |
|
| LBS 25 - Uitbreiding voor 3 sporen met variabele wachttijd | ||
| De functie van de LBS 25 is gelijkaardig aan de LBS 20, maar werd uitgebreid met een trimpotentiometer voor elke inrijwissel. Met deze trimmer kan de wachttijd tussen het schakelen van de inrijwissels en het vrijgeven van het bijhorende spoor ingesteld worden tussen 3 en 30 seconden. De aansluiting gebeurt op dezelfde manier als bij de LBS 20. | ||
| LBS 30 - Stuureenheid voor 3 uitrijwissels | ||
![]() |
De LBS 30 wordt ingezet in schaduwstations waar ook de uitrijwissels elektrisch bediend worden. Verder kan deze
module ook gebruikt worden voor het bedienen van uitrijseinen, zoals bijvoorbeeld bij een zichtbaar schaduwstation. Armseinen kunnen direct aangesloten worden, lichtseinen via een relais. Elke LBS 30 bedient zo de uitrijwissels en/of signalen voor 3 sporen. Afmetingen: BxHxD: 100 x 120 x 22 mm |
|
| LBS 40 - Wisselterugmelding voor LBS 20 / 21 / 25 / 30 | ||
![]() |
NIEUW Een schaduwstation ligt meestal op een moeilijk bereikbare verborgen plaats. Met de LBS 40 kan de stand van de inrij- en uitrijwissels bewaakt worden. |
|
|
Voor elke wissel geeft een rode LED aan of de wissel op voorbijrijden ingesteld staat, en een groene of
de wissel op binnenrijden staat. Samen met de LBS 90 kan gecontroleerd worden of voor een vrij spoor ook
de wissels goed ingesteld staan en omgekeerd. De LBS 40 wordt eenvoudig op de aansluitklemmen van de LBS 20 / 21 / 25 of 30 geschoven en vastgeschroefd. Voor de plaatsing op een andere positie kan de verbinding met een (band-)kabel gebeuren. Bij het gebruik van een controlepaneel kunnen de verschillende LED's met een tweepolige kabel van de gewenste lengte aangesloten worden. |
||
| LBS 60 - Voorschakelmodule voor motoraandrijvingen | ||
|
De meeste wissels hebben een magneetaandrijving en kunnen direct door de modules LBS 20 tot LBS 30
aangestuurd worden. Wisselaandrijvingen die met een motor uitgerust zijn, moeten via een LBS 60
gestuurd worden. Deze module kan met alle LBS 20 tot LBS 30 modules verbonden worden. De aandrijvingen
moeten over een eindafschakeling beschikken. Afmetingen: BxHxD: 100 x 45 x 22 mm |
||
| LBS 90 - Bezetmelding en oproepeenheid | ||
![]() |
De bezetmelding van de LBS 90 geeft d.m.v. een LED aan of een spoor bezet is of niet. Met de drukknop
kan de trein opgeroepen worden. De LBS 90 modules worden eenvoudig op elkaar geschoven, de montage is
daardoor zeer eenvoudig. Inbouwafmetingen: BxHxD: 31 x 10 x 29 mm Buitenafmetingen: BxHxD: 33 x 15 x 32 mm |
|
| [ TOP ] | ||
| Constante Treinverlichting | ||
| DZB 50 - Hoogfrequentvoeding | ||
![]() |
Constante treinverlichting met een hoogfrequente voeding biedt een realistischer bedrijf op conventionele
modelbanen. Dit systeem is in staat om meerdere lokomotieven met frontverlichting en treinen met binnenverlichting te voorzien van een constante, gelijkmatige verlichting, onafhankelijk van de snelheid van de trein. |
|
|
Eenvoudige bekabeling: de beide aansluitdraden van de rijregelaar worden op de ingang van de DZB 50 aangesloten,
en twee andere draden lopen van de uitgang naar de rails. Het toestel beschikt over een helderheidsregeling, waarmee de verlichtingsspanning kan ingesteld worden van 5 tot 15 Veff. Om een probleemloos gebruik te garanderen, moet voor elk lampje een kleine condensator geplaatst worden. De DZB 50 hoogfrequentverlichting is geschikt voor gelijkstroombanen in alle schalen. Technische gegevens:
|
||
| FK 50 - Frequentiekoppelaar | ||
| De constante treinverlichting kan ook voor grotere banen met meerdere stroomkringen gebruikt worden. Elke bijkomende stroomkring wordt via een condensator van 10 µF met de eerste stroomkring verbonden, en elke bijkomende rijregelaar wordt via de frequentiekoppelaat FK 50 met de rails verbonden. | ||
| [ TOP ] | ||
| Accessoires | ||
| MWS mini - Elektronische omschakelaar | ||
![]() |
De MWS mini elektronische omschakelaar maakt het mogelijk om gelijkstroomlocomotieven eenvoudig
om te bouwen naar het conventionele Märklin wisselstroomsysteem. Met 20 x 14 x 12 mm past deze
kleine bouwsteen gegarandeerd in elke locomotief in schaal H0. De aansluiting is heel eenvoudig: |
|
|
Beide zwarte draden worden aan de middensleper en de locomotiefmassa aangesloten. De twee rode
draden worden aan de motor aangesloten. Bij locomotieven met ingebouwde elektronica worden de rode
draden aangesloten waar voor de ombouw de railaansluitingen op de printplaat gesoldeerd waren. Technische gegevens:
|
||
| EEP 160 - Universeel relais | ||
![]() |
Relais zijn belangrijke hulpschakelingen bij het automatiseren van conventionele modelbanen
en worden in bijna elke baan in grotere of kleinere aantallen gebruikt. Om het gebruik van relais zo eenvoudig mogelijk te maken, werd het superkleine universele relais EEP 160 ontwikkeld. |
|
|
Het relais is voorzien van 2 schakeluitgangen, en vraagt slechts een schakelstroom van 2 mA,
zodat het door eender welke elektronische schakeling aangestuurd kan worden. Technische gegevens:
|
||
| BM 4 - Spoorbezetmelder | ||
![]() |
Geschikt voor 4 spoorsecties, zowel bij conventioneel als digitaal bedrijf. Door de royaal gedimensioneerde uitgangen kunnen de LED's voor het aangeven van de bezetmelding op een controlepaneel direct aangesloten worden. | |
|
Verdere uitgangen dienen voor de aansluiting van relais en andere stuurmodules, zoals de
S88-terugmeldmodules van verschillende merken. Deze vier uitgangen zijn d.m.v. optocouplers
galvanisch van de BM-4 module gescheiden, hiervoor moet de draadbrug doorgeknipt worden
die de interne masse met die van de optocouplers verbindt. Deze verbinding is nodig om bij
gewoon gebruik de interne spanning van 15 V te kunnen gebruiken voor LED-uitgangen. Deze module is uitgerust met een vertragingselektronica die pas na ongeveer 1 seconde een vrijgekomen spoor ook daadwerkelijk vrijgeeft. Daarmee wordt gewaarborgd dat ook bij slechte contacten tussen de trein en de sporen de bezetmelding betrouwbaar werkt. Technische gegevens:
|
||
| [ TOP ] | ||